Dit is een oude revisie van het document!
Heijn, Albert
Zaandam 25 januari 1927 - Hereford 13 januari 2011
Van 1962 tot 1989 president van de raad van bestuur van Koninklijke Ahold te Zaandam. Na een opleiding aan het instituut Nijenrode in Breukelen en stages in Zürich en Londen kwam hij in 1949 in dienst bij Albert Heijn NV, het bedrijf dat in 1887 door zijn grootvader als Oostzaanse kruidenierszaak was begonnen.
Hij was veertig jaar samen met zijn in 1987 om losgeld ontvoerde en vermoordde jongere broer Gerrit Jan, betrokken bij de leiding van de onderneming, die een spectaculaire groei doormaakte. Hij werd in 1951 als manager verantwoordelijk voor de zelfbedienings-ontwikkeling in het winkelbedrijf en onder zijn presidentschap vond de internationalisering van de ondernemingsactiviteiten plaats, zie: Ahold
In 1989 was Albert Heijn lid van de raad van commissarissen van Koninklijke Ahold nv en vervulde hij verscheidene andere commissariaten en voorzitterschappen zoals het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, Raad voor het Filiaal- en Grootwinkelbedrijf en Confederation Europeënne du Commerce de Detail. Daarnaast was hij bestuurslid van een aantal binnenlandse en internationale organisaties. In 1995 legde hij z'n functies neer maar bleef altijd betrokken.
In verband met zijn verdiensten werd hij onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau en Commandeur in de Orde van Leopold II in België. Hij werd benoemd tot ereburger van Zaanstad in 1989.
Leven en Werk
Samen met z’n broer Gerrit, vader Albert, oom en grootvader Albert bouwde Albert Heijn aan de grootste supermarktketen van Nederland en hielp Ahold uit te groeien tot een vooraanstaand internationaal detailhandelaar. Geen geringe prestatie, maar hij bleef altijd bescheiden over zijn aandeel in dit welslagen. Nadat hij bestuursvoorzitter van Ahold was, bleef hij zichzelf officieel kruidenier noemen. Net als zijn grootvader, een man op wie Albert sterk leek, vooral in z’n persoonlijke levensbeschouwing. Beide mannen bezaten het talent om met het perspectief van een consument te kijken.
Vroege herinneringen
In z'n boek 'Albert Heijn - De memoires van een optimist' beschrijft Albert zijn grootvader als een vriendelijke vent die in gezelschap het meest genoot van z’n sigaar en z’n glaasje. Hij heeft ook warme herinneringen aan z’n eigen ouders; mensen die trouw bleven aan zichzelf, ondanks het groeiende succes van hun bedrijf. Een eigenschap die hij bewonderde. Op de lagere school gaven z’n klasgenootjes hem de bijnaam ‘Boffie’, naar een vroege Albert Heijn-reclamecampagne ‘Stop! Daar is Boffie met… Albert Heijn’s koffie’. Albert was gevleid, want Boffie was destijds zeer populair. Hij groeide op in een omgeving waar beroemde mensen over de vloer kwamen. Z’n ouders waren bevriend met Nederlands bekendste ondernemers. De familie Heijn woonde aan de Westzijde in Zaandam naast de Verkades, Honigs, Bruynzeels, Duyvis’ en Simon de Wits.
De studie
In 1939 bezocht hij het Zaanlands Lyceum. Nederland hield het hoofd gedurende de economische crisis net boven water, maar de politieke spanningen groeiden. Tijdens de bezetting werd de familie Heijn gedwongen thuis Duitse officieren te huisvesten. Op een ochtend werd hij wakker en ontdekte dat hij verlamd was. Het was september 1944, Albert was getroffen door polio. Het begin van een lange periode van herstel trad aan; de eerste in een reeks van moeilijkheden die hij moest overwinnen. Zes maanden later, vlak voor de bevrijding, werd hij uit het ziekenhuis ontslagen. Hij kon weer lopen, maar sporten ging niet meer. Een forse tegenslag, daar hij altijd een getalenteerd atleet was. Ook droomde hij ooit van een carrière bij de marine die daarmee in duigen viel. Na de oorlog studeerde hij twee jaar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij twijfelde aan z’n keuze waarop een studietest hem richting Nyenrode voerde.
De beginselen
Op z'n 22e studeerde hij daar af en ging aan de slag bij Albert Heijn. Interessante tijden braken aan voor het bedrijf dat een jaar eerder bij de beurs aanklopte. Albert leerde het bedrijf kennen via een intensief stageprogramma om het vak te leren. Hij werd ingelijfd bij het team van het filiaal aan de Amsterdamse PC Hooftstraat waar hij al snel bonnen leerde plakken omdat veel producten op de bon verkrijgbaar waren. Ook leerde hij suikerzakken vouwen. Daarnaast liep hij stages bij Pearks & Maypole in Londen en Migros in Zwitserland.
Het grote werk
In 1951 keerde hij terug naar het familiebedrijf als manager Ontwikkeling Zelfbediening. Albert Heijn was niet de eerste keten die zelfservice introduceerde, maar wel de eerste die dit concept op grote schaal ontwikkelde tot supermarktformule. In 1958 werd Albert benoemd tot president-directeur van Albert Heijn; vier jaar later tot president van de Raad van Bestuur van Albert Heijn NV, die vanaf 1973 Ahold NV werd. Hij schepte er genoegen in nieuwe producten te introduceren en hielp actief mee aan culinaire ontwikkeling van het Nederlandse huishouden. Begin jaren ’70 slaagde Albert Heijn erin producten als wijn, sherry en kiwi’s, om er maar een paar te noemen, populair te maken bij het grote publiek. Ook zette Ahold voet over de grens met een supermarktketen in Spanje. De eerste Cada Día-winkel werd in 1976 geopend in Madrid. De internationale activiteiten van het bedrijf gingen voort met de overname van de BI-LO keten in de Verenigde Staten. Daarna zette Ahold's groei door. Het eerste jaar gaf het concern een omzet van ongeveer 40 miljoen gulden (€ 18 miljoen) weer. Bij zijn afscheid in 1989 was dat 17,7 miljard gulden (€ 8 miljard euro).
Inspirerend leider
Albert bewees het tegendeel van het idee dat ‘de eerste generatie inspireert, de tweede generatie incasseert en de derde generatie verbrast’. Als derde generatie Heijn bleef hij een inspirerend leider die aan de basis stond van een nooit eerder vertoonde groei van Ahold. Hij was gelukkig met dit succes, maar beschouwde z’n werknemers en de klanten van Albert Heijn als z’n ware kapitaal. 'Wat juist is voor de klanten, is juist voor het bedrijf'. Een motto waar hij veertig jaar naar handelde. Slechte service beschouwde hij als onvergeeflijk. Als de klant tevreden is, meende hij, zal het succes automatisch volgen. Bij z’n afscheid schonk hij Ahold dan ook een toepasselijk bronzen beeld: een vrouw met twee boodschappentassen, liefkozend ‘Beppie’ genaamd. Het bijschrift: ‘Opdat we nooit vergeten voor wie we werken’. Een blijvende herinnering aan de geestdrift die Albert Heijn z’n gehele carrière motiveerde.
Duidelijke taal
Na z’n pensionering bleef Albert nauw betrokken bij Ahold. Hij zag hoe, na de spectaculaire groei in de jaren ’90, het bedrijf geconfronteerd werd met dramatische tegenslagen in 2003. Ahold’s koers slonk op 24 februari 2003 binnen een dag tot de helft. Hoewel hij al geruime tijd niet meer actief was voor het concern, verscheurde het bericht hem. Op de dag van de ontstellende beurskrach, uitte hij z’n woede in een televisie-interview en liet duidelijke taal horen: “Ik voel me verneukt!” Toch bleef hij een toegewijd en veel gehoord supporter toen het nieuwe management de herstelstrategie bepaalde en tot veler verbazing succesvol uitvoerde.
Nooit stilzitten
Eén ding was wel duidelijk: ondanks z’n vertrek bij Ahold was hij nog altijd betrokken bij het bedrijf. Hij was samen met Monique naar het Engelse Herefordshire verhuisd. Stilzitten om z’n hectische jaren bij Ahold te overpeinzen was er niet bij. Hij opende in Hereford twee hotels, een restaurant en diverse delicatessenzaken. Binnen een paar jaar stonden de hotels in de top 10-lijsten van Engeland.
Eeuwige optimist
Terwijl velen hem kenden als een rustige, goed gemanierde heer, kon hij behoorlijk gepassioneerd reageren op gebrekkige klantenservice of een nalatige werknemer. Z’n driftbuien joegen schrik aan. Hij boog in zo’n geval het incident steevast het hoofd met ironie en een vleugje schaamte. Maar meestal was hij een milde man. In z’n latere jaren genoot hij van het familieleven. Niets kon hem zo plezieren als een grote tafel met veel familie en vrienden, met goed eten, drank en veel humor. Meestal op de achtergrond verblijvend, uitbundig lachend om grappen van anderen. Tot het allerlaatst bleef hij een levensgenieter. Ondanks vele tegenslagen bleef hij ongekrenkt en optimistisch, altijd op zoek naar manieren om obstakels te overkomen, die hij ook immer vond. “Ik hoop herinnerd te worden als een optimist,” zei hij ooit, “een optimist die niet anders kon dan er oprecht een te zijn.”