Machine-industrie
Bedrijfstak, die zich bezig houdt met de vervaardiging van machines en apparaten, eigen producten, speciaal-machines, constructiewerk, reparaties en toelevering van (machine)onderdelen. In de Zaanstreek door 69 bedrijven in het 'klein metaal' uitgeoefend met een totaal van 1340 werknemers, exclusief Artillerie Inrichtingen.
Ontwikkeling
In de 17e eeuw was men in de molennijverheid door windkracht in staat een draaiende beweging in een lineaire beweging om te zetten, de toepassing van het krukas-principe. Mede door deze uitvinding werden tal van werkwijzen uit de ambachtelijke sfeer gehaald en naar de industrie gebracht. Dit gebeurde met name bij de verwerkingsindustrie zoals bij het persen van oliezaden, de papierbereiding, en in de pel- en houtzaagmolens. Zie Molenindustrie.
Het vervaardigen van en de voorzieningen voor onderdelen voor deze industrie geschiedde, voor zover het metaal betrof, in metaalambachtelijke bedrijven. Door de komst van de stoommachine (James Watt) in 1770, olie- en dieselmotoren in 1897, de gelijkstroommotor rond 1880 en de wisselstroommotor in circa 1900 als krachtbronnen voor de verwerkingsindustrie veranderde ook het karakter van de ambachtelijke metaalbewerkingsbedrijven naar een meer mechanische metaalbewerking. Bedrijven investeerden in boormachines, draai-, schaaf- en fraisbanken e.d., die meestal werden aangedreven door een elektromotor via een drijfwerk met removerbrengingen.
Eind 19e, begin 20e eeuw was er in de Zaanstreek een aantal machine-, motoren- en herstelplaatsen en smederijen. Hier vond wel mechanische metaalbewerking plaats, maar van machinefabrieken kon men nog niet spreken.
In 1885 werden de machinefabrieken Duyvis in Koog en Westerman aan de Hogendijk te Zaandam gevestigd. Laatstgenoemde verrichtte veel reparaties aan zeeschepen. Verder was er in die periode één oliemotorenfabrikant Honig op het Hazepad te Zaandijk, die scheepsmotoren voor de beurtvaart vervaardigde. Zowel Westerman als Honig hebben slechts kort bestaan.
Hembrug
In 1895 werd wapen-, munitie- en machinefabriek Hembrug in Zaandam gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog bouwde men hier ook landbouw- en metaalbewerkingsmachines. Alhoewel staand op Zaanse bodem heeft dit bedrijf, Artillerie Inrichtingen nooit echt tot de Zaanse industrie behoord. Mede gedwongen door nieuwe technieken in de verwerkingsindustrie in de regio, zoals bij de levensmiddelen en chemische industrie rond 1910, ontwikkelde de Zaanse machine industrie zich kwalitatief. De machine en motoren herstelplaatsen bleven gericht op de verwerkingsindustrie in de regio door het vervaardigen van speciaal-machines en apparaten en het uitvoeren van reparaties en onderhoud.
De machinefabrieken met engineering en tekenkamer bouwden eigen producten, maar ook veelal speciaal-machines en apparaten in een eenmalige uitvoering. Productie in serie was in de jaren voor 1940 nauwelijks aan de orde.
In de notulen van de door S. Holleman geleide vergadering van de afdeling Zaanstreek van de werkgevers in het 'klein metaal' op 14 juni 1937 is het aantal van 25 aangesloten leden vermeld. Dit waren machine- en motorenherstelplaatsen, gereedschapmakerijen, constructiewerkplaatsen en smederijen. Daarbuiten waren 3 à 4 grotere machinefabrieken in de Zaanstreek, die tot het 'groot metaal' behoorden. Het totaal in de metaal aanwezige werknemers bedroeg ongeveer 300, de Hembrug, waar circa 2250 mensen werkten buiten beschouwing gelaten. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de Zaanse machine-industrie tot sterke ontwikkeling. Het aantal bedrijven nam tot 54 toe.
Investeringen
In deze periode kwamen ook de nodige investeringen tot stand, werden nieuwe metaal-bewerkingsmachines geïnstalleerd en vonden nieuwe gereedschappen toepassing. Hierdoor kon men aan de gevraagde kwaliteitseisen van de verwerkingsindustrie voldoen.
Er trad een verdere specialisatie van producten op, zoals hijskranen, liften, transportwerktuigen, bruggen, machines voor de voedingsmiddelen-, papier- en kunststoffenindustrie, verpakkings- en industriemachines, apparaten voor chemische industrie en gereedschappen. Daarnaast vervaardigde een aantal bedrijven toeleveringsproducten, zoals machine-onderdelen en gereedschappen voor onder andere de scheepsbouw. Stork, Werkspoor, Philips en voor Zaanse machinefabrieken. In deze periode waren er circa 1180 personen in de machine-industrie werkzaam, de Hembrug niet meegerekend.
In de periode 1965-1990 vond een verdere ontwikkeling van techniek en materiaal plaats. Meettechnieken, digitale aflezingen op machines, computersturing en bewerkingscentra deden hun intrede. Hierdoor ontstonden, voor seriewerk van belang zijnde, hogere en meer nauwkeurige productiemogelijkheden.
Deze hoogwaardige producten vinden hun afzet op zowel de nationale als de internationale markt. In 1990 waren er in de Zaanstreek 69 bedrijven die zich bezighielden met een vorm van machine-industrie en/of apparatenbouw, alle behorend tot het 'klein metaal', met een totaal van 1340 werknemers, Hembrug niet meegerekend.
In de encyclopedie zijn onder meer de volgende machinefabrieken opgenomen Buhrs, P.M. Duyvis, E.M.E. Engel bv, Foeth bv, Genius Klinkenberg, Holleman, Kramer & Duyvis, Laco Gereedschappen bv, Meyn, *Nohoma, *Sollas, *Sombroek, *Teer
Zie ook Economische geschiedenis 3 7 2
J. Engel