Waterleiding

Algehele benaming van het geheel van stelsels van buizen, installaties en reinigingssystemen ten behoeve van een hygiënische en uit het oogpunt van preventieve gezondheidszorg verantwoorde waterverschaffing aan bevolking en industrie. De noodzaak om tot een dergelijke watervoorziening te komen werd vooral ingezien bij leden van de medische stand vanaf rond 1850. Overheidsmaatregelen werden bepleit, daar men inzag dat vele elementen van het natuurlijke en sociale leefmilieu, zoals armoede, slecht drinkwater en slechte woonomstandigheden, bepalend waren voor het ontstaan van epidemieën. Instanties zoals de aan het eind van de vorige eeuw onstane kruisverenigingen bekostigden wateraansluitingen voor hun leden. Zie: Gezondheidszorg 2.1., 2.2. en 2.3.1.

Rond 1880 besloten diverse Zaanse gemeenten om een aansluiting te maken op het particuliere drinkwaternet van Amsterdam dat rond 1850 als duinwaternet was ontstaan en waarvan de aansluitleiding door de streek liep. Op 15 februari 1886 begon de Maatschappij tot Exploitatie der Waterleidingen. De Zaanse waterleiding voorzag de gemeenten Zaandam, Koog, Zaandijk, Wormerveer, Krommenie en Beverwijk van water. Dit water werd onttrokken uit de duinen rond de gemeente Heemskerk. Het duingebied was eigendom van jonkheer J .B. Boreel te 's-Gravenhage. Assendelft was niet opgenomen in de voorzieningen; dit werd in 1909 een feit.

Het waterleidingnet van Heemskerk, tot en door de Zaanstreek, had een uitgestrektheid van 60 km. Het aantal contracten met gemeenten bedroeg in 1886 370, de hieruit vloeiende opbrengst was f 7731,70. De aangesloten gemeenten hadden naar het aantal van hun inwoners het watergebruik gedurende vijf jaren gegarandeerd. De hieraan verbonden waarborg bedroeg ongeveer f 26.000.

Op 22 juni 1901 kwam de woningwet tot stand waarin werd bepaald, dat zowel voor nieuw te bouwen- als bestaande woningen, voorschriften over de beschikbaarheid van water door de gemeenteraad moesten worden opgesteld. Omdat het aantal aansluitingen vooral te Zaandam steeds toenam, bleek het noodzakelijk de capaciteit van de prise d'eau te vergroten. Daartoe zijn te Wijk aan Zee tal van boringen verricht en bronnen geplaatst. Deze werken brachten tal van andere met zich mee. Een breuk in de buisleiding tussen het pompstation en de watertoren van Assendelft vormde af en toe de oorzaak, dat alle aangeslotenen voor korte of lange tijd van water waren verstoken. Om daarin te voorzien werd in de watertoren een rein waterkelder gebouwd met een inhoud van ruim 600 kubieke meter. Deze kelder werd afgedekt met een waterdichte vloer, waarop een stoomketel en Worthingtonpomp is geplaatst, waardoor het water uit de kelder in het hoog reservoir kon worden opgevoerd. Zo was er vanaf 1906 een grotere massa water aanwezig ter bediening van de aangeslotenen in geval van plotselinge stoornissen.

In 1919 kwamen de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland met voorstellen aan Provinciale Staten, waardoor de verzorging van de drinkwatervoorziening onder de verantwoordelijkheid van de Provincie zou komen. Dit had volgens de Gedeputeerde Staten rationele en economische voordelen. Tevens moesten voor het beheer van de waterbronnen de in particuliere handen zijnde duingebieden worden aangekocht. Bij het aankopen van deze duinterreinen zou de watervoorziening op een rendabele manier kunnen worden verzorgd. De door Gedeputeerde Staten ingebrachte voorstellen werden door de Provinciale Staten goedgekeurd.

Op 1 januari 1920 nam het opgerichte Provinciaal Waterleidingbedrijf PWN de taak van het leveren van water op zich. Op 1 januari 1920 nam het PWN het beheer over van het pompstation bij Heemskerk/Wijk aan Zee, het hoogreservoir te Wijk aan Zee; de watertoren en een woning te Assendelft; het waterleidingnet in de gemeenten Assendelft, Beverwijk, Koog, Krommenie, Westzaan, Wijk aan Zee en Duin, Wormerveer, Zaandam en Zaandijk en de dienstgebouwen en het opslagterrein te Zaandam met de aanwezige voorraden. Op 18 februari 1920 besloten Gedeputeerde Staten dat het PWN niet langer aan de gemeenten als tussenpersonen, maar direct aan de waterafnemers zou gaan leveren. Het stelsel van directe levering was daarmee een feit. Op 17 augustus van dat jaar werd een districtskantoor gevestigd in de Tuinstraat 12 te Zaandam. Het gebouw had eerder als woning dienst gedaan.

Het district Zaandam omvatte een groot gebied en om dit te kunnen bedienen werd in 1923 overgegaan tot de vestiging van een districtskantoor te Beverwijk. In de jaren '20 werd het perceel aan de Tuinstraat verbeterd, maar later werd een nieuw pand tussen de Westzijde en de Zaan betrokken. In 1921 kreeg het PWN naast de waterlevering ook het onderhoud van het waterleidingnet en de uitvoeringswerkzaamheden onder beheer. Nog datzelfde jaar kreeg men te kampen met ernstige waterleidingbreuken waardoor de waterdistributie ernstig werd verstoord. Dit was ook het geval op 2 en 3 juni 1922. De aanvoer van water kon met de afname in het Zaangebied geen gelijke tred houden. Gedurende sommige uren per dag kon in verschillende delen van de Zaanstreek geen water worden geleverd.

De watertoren te Assendelft, die in 1885 door de Zaanse waterleiding was gebouwd, werd in 1921 buiten dienst gesteld. Deze toren diende te worden verhoogd, zodat er een grotere hoeveelheid water kon worden opgeslagen. In april 1923 werd de watertoren opnieuw in gebruik gesteld, waardoor de druk in het Zaanlandse waterleidingnet werd verbeterd. Toen er op 23 mei 1928 een grote buisbreuk optrad in de 400 mm aanvoerleiding Wijk aan Zee-Assendelft kon het belang van de watertoren worden aangetoond. Ondanks de grote breuk kon door de grote in de toren opgeslagen voorraad de storing worden opgeheven zonder hinderlijk gevolg voor de gebruikers.

Het PWN had in de beginjaren problemen met de gemeente Wormerveer met betrekking tot de toepassing van de waterleidingvordering. Wormerveer trok de rechtsgelovigheid van deze vordering in twijfel. Zij wilde aan de vergunning, om binnen haar grondgebied buizen te hebben, voorwaarden verbinden. Deze waren voor het PWN onaanvaardbaar. De rechter kwam er aan te pas en deze stelde de provincie in het gelijk.

De gemeente Wormerveer ging in 1929 akkoord met een schadeloosstelling van f 16.904,22. Na 11 juni 1923 vond de eerste controle plaats op lekken in dienst- en binnenleidingen en illegaal aangesloten percelen. Hiervoor werd een speciale ambtenaar aangesteld. In 1927 werden plannen gemaakt voor uitbreiding van het waterleidingnet die leidden tot een overeenkomst met de Bonna-fabrieken voor de levering van 22 km buisleidingen ten behoeve van de 500 km lange buisleiding Castricum-Assendelft.

De leiding vanaf het pompstation Wijk aan Zee/Heemskerk en Castricum naar de watertoren van Assendelft kwam in 1931 gereed. Als gevolg van de nutsfunctie van het PWN werd in januari 1935 een tariefsverlaging ingevoerd. Dit zou zich in de loop der tijden nog enige malen herhalen. In 1937 werd een nieuwe 500 mm waterleiding vanaf Castricum, via Uitgeest naar Krommenie in werking gesteld.

In 1943 werd besloten om de zorg van nooddrinkwater, ingeval van lange stagnatie, aan de gemeentelijke overheden over te laten. Voorzieningen vanuit het oogpunt van volksgezondheid zoals het verstrekken van desinfectietabletten aan de gemeentebesturen werden genomen. In 1945 bestonden er problemen met betrekking tot de watervoorziening van het dichtbevolkte stadsdeel te Zaandam. De gemeentelijke waterleiding Amsterdam zorgde voor een noodverbinding. Deze was echter niet voldoende om de problemen op te lossen. Een gecombineerde actie van voorgangers in de kerken, gemeenten en de pers zorgde er voor dat het waterverbruik afnam. Op 12 mei 1945 werd het pompstation Assendelft, dat in de oorlogsjaren buiten bedrijf was geraakt, tijdelijk weer in bedrijf gesteld met stroom afkomstig van de Verenigde Blikfabrieken te Krommenie.

Rond 1948 was er sprake van een te grote waterafname in de Zaanstreek. Door acties van allerlei instanties, waaronder een aantal vrouwenorganisaties, werd getracht dit te verhelpen. In mei 1955 werd de 150.000e aansluiting op het PWN in Westzaan aangebracht. Andere in de loop der jaren ontwikkelde activiteiten behelsden onder meer in 1959 verrichte werkzaamheden aan de 800 mm transportleiding Castricum-Assendelft.

In 1963 volgde aanbesteding van een gedeelte van het tracé bestemd voor een nieuwe watertransportleiding, waarbij een gedeelte van circa 1400 meter werd opengelaten, omdat de juiste plaats van het Coentunneltracé nog niet bekend was. Op 2 mei 1965 volgde openstelling van de 800 mm transportleiding Castricum-Assendelft. Hierdoor werd een voldoende waterlevering aan de Zaanstreek voor de toekomst verzekerd. In datzelfde jaar werd de reinwaterkelder Zaandam-Zuid in gebruik genomen. Dit was noodzakelijk gezien de wisselende druk in de watertoren bij Assendelft; bij normaal gebruik bedroeg deze 25 tot 30 kubieke meter. Bij een grote afname daalde deze druk door een te geringe transportcapaciteit naar de Zaanstreek. Het drukverlies werd door ingebruikname van de kelder ongedaan gemaakt.

In 1967 volgde de ingebruikstelling van de reinwaterkelder Zaandam-Midden. In 1978 ontstonden plannen tot samenvoeging van de districten Beverwijk en Zaandam. Het zogenoemde REM-eiland werd aangekocht voor de bouw van een nieuw districtskantoor te Wormerveer, waaronder de hele Zaanstreek zou gaan vallen.

Op 3 oktober 1982 werd de eerste paal geslagen voor dit districtskantoor, dat op 29 november 1983 in gebruik werd genomen. Na de bouw van dit districtskantoor volgden ontwikkelingen in het kader van vernieuwing en herstel van het aanwezige waterleidingnet; een activiteit die in de toekomst voort zal gaan. Om de waterlevering te garanderen zijn er in de afgelopen 10 jaar transportleidingen gelegd. Het PWN verloor in oktober 1990 zijn nutsfunctie en verkreeg een andere juridische status onder de naam nv PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland.

A. Bruine/cool

  • waterleiding.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/11 13:56
  • door zaanlander